Rijinstructeur in flexi-job: wat mag en wat niet
Sinds 2024 staat het flexi-jobstelsel open voor de rijschoolsector. Het laat toe bij te verdienen naast een hoofdbetrekking, onder strikte voorwaarden — en het brevet blijft hoe dan ook verplicht.
Een federale regeling
Het flexi-jobstelsel is federaal: het werd uitgebreid door de programmawet van 22 december 2023 en geldt in heel België. In de rijschoolsector is de regeling beperkt tot werkgevers met NACE-code 85.531 — de erkende rijscholen — binnen paritair comité 200.
Die afbakening is strikt. Val je er niet onder, dan is er geen flexi-job mogelijk, hoe goed het ook zou uitkomen.
De voorwaarden
- Bij een andere werkgever al minstens vier vijfde van een voltijdse betrekking werken
- Die voorwaarde wordt beoordeeld op het refertekwartaal T-3, niet op het lopende kwartaal
- Niet tegelijk in flexi-job én gewoon dienstverband bij dezelfde werkgever werken
- Gepensioneerden zijn vrijgesteld van de vier vijfde-voorwaarde
⚠️ Twee valstrikken. Eerst het refertekwartaal: je situatie wordt beoordeeld op T-3, dus op wat je drie kwartalen geleden werkte — niet op vandaag. En wie zijn arbeidsduur vrijwillig vermindert om aan die vier vijfde te komen, blokkeert daarmee zijn recht op een flexi-job voor twee kwartalen.
Sinds 1 juli 2024 geldt in de sector bovendien een plafond: het aandeel flexi-jobs is begrensd tot 20 % van het personeelsbestand.
Het brevet blijft verplicht
Een flexi-job verandert niets aan de beroepsvereisten. Om praktijkles te geven heb je brevet II nodig, voor theorieles brevet III. Het statuut regelt hoe je betaald wordt, niet of je mag lesgeven.
Bronnen
Sociale zekerheid — flexi-jobs · Programmawet van 22 december 2023
Het fiscale regime hangt af van je situatie — de vrijstellingsplafonds verschillen tussen gepensioneerden en niet-gepensioneerden. Vraag het na bij je sociaal secretariaat voor je beslist.